Welkom > Uitleg > schik of schrik

Hier kan je alle uitleg uit schik of schrik naslaan.

Ook moeilijkere woorden.

Leer alles over schik of schrik

Wil je alles leren over schik of schrik? Ga dan naar de leermodule van schik of schrik en leer alles stap voor stap met veel oefeningen.

Spiekbriefje schik of schrik

Spiekbriefje schik of schrik

Wil je snel even de theorie over schik of schrik naslaan? Download hier een pdf met daarop een korte samenvatting van de theorie over schik of schrik.

Uitleg schik of schrik

schik of schrik

Wat is het verschil tussen:


Ik heb schik in lezen. (Ik vind lezen leuk.)

Ik schrik van het harde geluid.

Het enige verschil is de letter r.
Dus: spreek het woord goed uit en luister.


Je schrijft altijd sch en nooit sg.

Ik ga naar school. (goed)
Ik ga naar sgool. (fout)

Er is één lang woord waar wel sg in staat: nieuwsgierig.
Maar dat zijn eigenlijk twee woorden aan elkaar: nieuws en gierig.

Je kunt nu gaan oefenen in het volgende deel, .

Kies de juiste: sch of schr

Oefeningen

Oefeningen

Klik hier om de oefeningen in de leermodule te doen.

Einde van dit deel

Dit deel heb je klaar. Ga verder met het volgende deel.

Je leert dan enkele moeilijke woorden.

Moeilijke woorden?

Kijk naar de volgende woorden: 
Het enige verschil is de r.

Ik schreef gisteren een verhaaltje.
De toren staat scheef.

Arjan schoot op doel.
Pietertje zit bij mama op schoot.
Die oude fiets kan bij het schroot.

Schroot is een berg metaalafval.
Het ligt op een hoop: een schroothoop.

Oefening

Oefening

Klik hier om de oefening in de leermodule te doen.

Mag ik een schijf worst? (plakje)
Ik schrijf een verhaal.

Ik schil een appel.
Ik hoor een schril geluid. (scherp, fel)

Een schelle of schrille stem doet zeer aan je oren.
Het is een harde, felle, scherpe, doordringende stem.

Het schaap loopt in de wei.
Ik schraap een wortel.
Ik haal het buitenste laagje weg.


Oefening

Oefening

Klik hier om de oefening in de leermodule te doen.

Een paar nieuwe woorden

Ik schaak met mijn vader.

We hebben net een nieuw schaakspel.
We spelen op een schaakbord.


Ik schets een paard. 
Ik teken eerst met lijntjes ongeveer een paard.
Daarna werk ik het verder af.


Nieuwe woorden

De buitenkant van een boom heet de schors.

Ik schors Henk.
Henk heeft Wim een harde trap gegeven.
Nu mag hij de volgende keer niet meedoen.


Er loopt iemand voor het raam langs.
Ik zie een schim.
Ik zie het vaag.
Ik weet niet wie het is.

Oefening

Oefening

Klik hier om de oefening in de leermodule te doen.

Een paar woorden

Ik zit op school.
Een schol is een platvis.

Ik schrob de vloer met een harde borstel.
Dan moet ik stevig boenen.

Oefeningen

Oefeningen

Klik hier om de oefeningen in de leermodule te doen.

Ik schenk jou wat water in het glas.
En ik schenk je ook geld. (=geven)

Is dat nu zeep of schuim bij de zee?

Als twee ogen niet dezelfde kant op kijken, 
kijk je scheel.

Oefening

Oefening

Klik hier om de oefening in de leermodule te doen.

Einde van dit deel

Je hebt weer flink gewerkt. Je kunt herhalen wanneer je maar wilt. Je mag nu ook verder met het volgende deel.

Twee of drie klankgroepen

We gaan nu ook woorden leren die bestaan uit twee klankgroepen.


Door de botsing is er veel scha-de aan de auto.

Een vis heeft schu-bben.

Oefening

Oefening

Klik hier om de oefening in de leermodule te doen.

Lang of kort

Let op:


Bij twee klankgroepen heb je lange en korte klanken.

Ze bouwen schlen.

Schllen zijn platvissen.

Na een lange klank: l
Na een korte klank ll

Nog een voorbeeld

Kort: Ik zal je van de lijst schra ppen.


Lang: We gaan wortels schra pen.

Oefeningen

Oefeningen

Klik hier om de oefeningen in de leermodule te doen.

Eind

Je hebt goed gewerkt, .  Dit is het einde van deze les. Als je wilt, kun je dit vaker oefenen.

Einde!